(NL) Chromatische Datums / Equinox & Solstice Serie
Tijd lijkt objectief, maar is een constructie. Deze serie behandelt haar als een taal met een strikte grammatica.
Elke datum wordt via haar eigen cijfers gelezen en vertaald naar kleur: de getallen worden percentages cyaan, magenta, geel en zwart. De kleur is niet gekozen maar berekend. De verhoudingen van elke dag komen niet van de klok maar van de zon — zonsopkomst en zonsondergang verdelen haar in nacht, ochtend, middag en avond, zodat elke figuur ademt met haar seizoen en haar plek (Zwolle, 52° N). Twee tijdsystemen ontmoeten elkaar in één vorm: de vaste tijd van de mens — middernacht, middag — en de variabele tijd van de aarde.
Uit één regel ontvouwt het werk zich in alle richtingen — een dag, een maand, een jaar, vier seizoenen — en vouwt het zich via inversie in zichzelf terug: licht of donker als maat, figuur of grond omgekeerd. De data veranderen nooit; alleen hun positie verandert. Elke positie is een andere lezing, en een andere kleur.
In het hart van elke figuur ligt een leegte — een stip, een ruggengraat, een kruis. Zij is het heden: de enige positie zonder kleur, want zij is geen datum maar het moment van lezen zelf. En zij is een drempel — naar buiten bewegen vanuit haar, of dwars door haar heen, is het verleden en de toekomst in gaan. Dit is Soft Time Traveling: het stille midden is de doorgang tussen wat was en wat komt.
Geometrie is hier geen decoratie maar afleiding. Tijd is geen lijn. Tijd is een positie. En elke positie heeft een kleur.
(EN) Chromatic Dates / Equinox & Solstice Series
Time appears objective, but it is a construction. This series treats it as a language with a strict grammar.
Each date is read through its own digits and translated into colour: the numbers become percentages of cyan, magenta, yellow and black. The colour is not chosen but calculated. The proportions of each day come not from the clock but from the sun — sunrise and sunset divide it into night, morning, afternoon and evening, so every figure breathes with its season and its place (Zwolle, 52°N). Two systems of time meet in one form: the fixed time of the human — midnight, noon — and the variable time of the earth.
From a single rule the work unfolds in every direction — a day, a month, a year, four seasons — and folds back on itself through inversion: light or dark as the measure, figure or ground reversed. The data never change; only their position does. Each position is a different reading, and a different colour.
At the heart of each figure is a void — a dot, a spine, a cross. It is the present: the one position without a colour, because it is not a date but the moment of reading itself. And it is a threshold — to move outward from it, or across it, is to pass into past and future. This is Soft Time Traveling: the still centre is the door between what was and what will be.
Geometry here is not decoration but derivation. Time is not a line. Time is a position. And every position has a colour.
Back to Top